Waterwijs Boeren Gelderland

Grondwaterbeschermingsgebieden ’t Klooster, Dinxperlo, Haarlo en Olden Eibergen

Sorghum in het grondwaterbeschermingsgebied Nieuws

Sorghum in het grondwaterbeschermingsgebied

Samen met de boer inzicht krijgen in de teelt van sorghum en nagaan of het een waardige aanvulling is naast mais. Dat is waar Bas Sinnema, werkzaam bij Movo-Zaden, samen met zijn deelnemers naar streeft binnen dit demonstratieproject. “Zo leren we over de teelt van sorghum en ontdekken boeren zelf of dit gewas geschikt voor hen is.” Lees hier de 4 verschillen tussen sorghum en mais volgens Sinnema.

1. Bestendigheid tegen weersomstandigheden
“Lange droogte of een te nat voorjaar kan van nadelige invloed zijn op de teelt. Bij sorghum is het van belang om hier goed op te anticiperen. Op dit moment zien we dat mais hier makkelijker tegen bestand is dan Sorghum en dat zal een uitdaging zijn voor de teelt. Van nature is sorghum een tropisch gewas en wortelt het dieper. Dit werpt later in de teelt zijn vruchten af.”

2. Teelt
“Als je alleen al de zaden met elkaar vergelijkt, is een sorghumzaadje veel kleiner. Hierdoor is ook het endosperm, wat deels een rol speelt voor de opslag van reservestoffen, een stuk kleiner. Dit vergt een nauwkeurigere teelt met een fijn, homogeen en onkruidvrij teeltoppervlak wil het bovenkomen. Het is bij het zaaien van sorghum van belang dat het in contact is met de ondergrond voor een capillaire werking, maar ook voldoende bij de bovengrond om bij het vocht te kunnen wat essentieel is bij de kieming. Daarnaast mag de bodemtemperatuur niet lager zijn dan 14 graden. Dit betekent dat het gewas later gezaaid dient te worden (ongeveer half mei). Dit is ook afhankelijk van het ras en wanneer er geoogst wordt.”

Deelnemer Patrick Poelhuis uit Haarlo en Olden Eibergen
“Vorig jaar heb ik al zeer positieve ervaring opgedaan met het telen van sorghum. De zaden waren goedkoper dan dat van mais, er was maar weinig onkruidbestrijding nodig en de droge stof opbrengst was hoog (24,9 ton kilo op 1,2 hectare). Alleen de berekeningen van de voederwaarde kwamen niet overeen met wat ik verwachtte. Dat is de reden dat ik dit jaar meedoe met dit demonstratieproject.”

3. Uitspoelingsgevoeligheid
“Waar mais afhankelijke van de bodemtoestand tot 160 kilo stikstof per hectare kan opnemen, heeft sorghum slechts 60 tot 80 kilo stikstof nodig, je hebt dus minder mest nodig. Krijgt sorghum meer stikstof beschikbaar dan blijft het opnemen, waardoor de kans op legering toeneemt. Dit houdt in dat de stengel van de sorghum knapt. Daarom is het van belang om te weten wat er nog in de bodem zit en ook scherp te bemesten. In dit onderzoek kijken we ook of sorghum minder uitspoelingsgevoelig is. Dit doen we doormiddel van een N30/N90 meting in zowel het voorjaar als het najaar ”

4. Voedingswaarde
“Of sorghum een aanvulling is voor mais op het gebied van voedingswaarde moet nog blijken. Uit eerdere proeven bleek dat de gehaltes vrij goed kunnen zijn met 900 VEM en 350 zetmeel per hectare, maar ook uitslagen van 680 VEM en 210 zetmeel. Na de proef hebben we hier samen met de deelnemers hopelijk een antwoord op.

Deelnemer Harm Roelofs uit Dinxperlo
“Op het moment hebben wij wintergerst staan. Die wordt in juli geoogst. Daarna planten wij gelijk sorghum om te kijken of en hoe dit aanslaat. Het is een structuurrijk gewas dat we willen inzetten als extra ruwvoer. Daarnaast is het een gewas wat goed zou kunnen groeien in minder vocht, wat voor ons in het grondwaterbeschermingsgebied goed van pas komt. De vraag is wel wat de voederwaarde gaat doen. Maar: Wie niet waagt wie niet wint.”